Wortelfuncties

Bij wortelfuncties staat er een x onder de wortel.
Op deze webpagina wordt de inhoud van de wortel tussen haakjes genoteerd voor de duidelijkheid.
Voorbeeld: f(x) = √x
f(x) = √(x)

Een wortelfunctie heeft een randpunt. Je gaat met de bordjesmethode berekenen wanneer de getallen onder de wortel “0” zijn.
Dit is hoe je een randpunt berekent:
f(x) = 7 + √(2x – 3)
2x – 3 = 0
2x = 3
x = 1,5
f(1,5) = 7 + √(2*1,5 – 3)
√(2*1,5 – 3) = 0
f(1,5) = 7
Randpunt: (1,5;7)

Zo ziet de functie eruit:

De grafiek kan ook de andere kant op gaan door een minteken voor de wortel te zetten.