Bij een exponentiële functie groeit de toename van de y-as.
Voorbeeld:

De basisformule bij een exponentieel verband is: f(x) = b*g^t
[f(x) = begingetal * groeifactor ^ tijd (of) x]
Hoe stel je een exponentieel verband op?
Je zult waarschijnlijk een tabel op je toets krijgen. Hieronder een voorbeeld:
| x | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| f(x) | 3 | 4,5 | 6,75 | 10,125 | 15,1875 | 22,78125 |
(Als je geen tabel krijgt, moet je de gegevens in de grafiek in een tabel zetten)
Je kunt in dit geval uit de tabel lezen dat het begingetal 3 is, omdat er 3 staat bij x = 0.
Om de groeifactor uit te rekenen, gebruik je de formule:
NIEUW / OUD
Je kiest een getal uit de tabel. Bijvoorbeeld 3.
Daarna deel je de y waarde van x = 3 door de y waarde van x = 2.
10,125 / 6,75 = 1,5
De groeifactor is dus 1,5.
Vervolgens vul je de gegevens in in de basisformule en krijg je:
f(x) = 3*1,5^x
Als de groeifactor of het begingetal 0 is, zal er een rechte lijn op y = 0 (de x-as) zijn.