Intervallen bestaan uit alle getallen die tussen twee gegeven getallen liggen.
Zie hieronder verschil tussen ongelijkheidnotatie en intervalnotatie:
Ongelijkheidnotatie
x is groter dan 5
x > 5
x is kleiner dan of gelijk aan 4
x ≤ 4
x is groter dan 5 en kleiner dan of gelijk aan 9
5 < x ≤ 9
Let op! Bij de bovenstaande vorm gebruik je altijd het “is kleiner dan” teken. Je begint met het kleinste getal, daarna x en daarna het grootste getal.
x kan elke waarde hebben

x heeft geen waarde
Ø
Intervalnotatie
Een punthaakje betekent dat het getal niet meetelt. Een recht haakje betekent dat een getal wel meetelt. Let op! Bij een pijl staat altijd een punthaakje.
x is groter dan 5
<5,→>
x is kleiner dan of gelijk aan 4
<←,4]
x is groter dan 5 en kleiner dan of gelijk aan 9
<←,5> U [9,→>
Het U-teken is de wiskundige unie. Dit staat voor het woord “of”.
x kan elke waarde hebben
<←,→>
x heeft geen waarde
Ø
Bij statistiek zal je de volgende afbeelding vinden op je toets:

Een ingekleurd bolletje betekent dat het getal meetelt. Een open bolletje betekent dat het getal niet meetelt. De pijlen zijn hetzelfde als bij de intervalnotatie.