De frequentie is hoe vaak iets voorkomt.
Voorbeeld:
Van de getallen 5, 6, 2, 5, 2, 7, 2, 0, 1, 1, 4 heeft het getal 2 een frequentie van 3.
Je kunt de frequentie van een klasse weergeven in een frequentietabel.
Hiervoor gebruik je de intervalnotatie. Voor uitleg hierover staat onderaan de pagina een link.
Hoe ziet een frequentietabel eruit? Hieronder een voorbeeld.
Gegevens:
4 2 8 9 11 19 25 12
3 17 8 22 18 19 5
| Klassen | Frequentie | Klassemidden | Totaal |
| [1,5] | 4 | 3 | |
| [6,10] | 3 | 8 | |
| [11,15] | 2 | 13 | |
| [16,20] | 4 | 18 | |
| [21,25] | 2 | 23 |
Om het totaal uit te rekenen, reken je het product van de frequentie en het klassenmidden uit.
| Klassen | Frequentie | Klassemidden | Totaal |
| [1,5] | 4 | 3 | 12 |
| [6,10] | 3 | 8 | 24 |
| [11,15] | 2 | 13 | 26 |
| [16,20] | 4 | 18 | 72 |
| [21,25] | 2 | 23 | 46 |
Om het uiteindelijke klassegemiddelde uit te rekenen, neem je het totaal van alle klassen en deel je dit door het aantal klassen.
(12 + 24 + 26 + 72 + 46) / 5 = 36